Woningdelen creëren met een lage geluidbelasting

Ed Goudriaan (2017)

Om de invloed van geluid op onze gezondheid tot een acceptabel niveau te beperken, is het nodig om gebieden en zijden van woningen te creëren met een lage geluidbelasting. Dat schrijft onze adviseur Ed Goudriaan in een artikel in Bouwwereld van deze maand. Ook in stedelijke omgevingen ziet hij daarvoor diverse mogelijkheden en oplossingen.

Lees verder

Woningdelen creëren met een lage geluidbelasting
Woningdelen creëren met een lage geluidbelasting
Woningdelen creëren met een lage geluidbelasting
Woningdelen creëren met een lage geluidbelasting

De Wet geluidhinder is in de jaren 80 gefaseerd in werking getreden en vormt al lange tijd het belangrijkste kader voor het Nederlandse geluidhinderbeleid. De Wet geluidhinder bevat regelgeving over wanneer er bijvoorbeeld ontheffing tot een hogere waarde kan worden verleend. 

Om elke hogerewaarde-aanvraag gelijk te kunnen behandelen, hebben gemeenten als bevoegd gezag over het algemeen een beleid hogere waarden geformuleerd. Vaak is daarin aangegeven dat er bij nieuwe woningen vanuit het oogpunt van een akoestisch aanvaardbaar woon- en leefklimaat in principe een geluidluwe zijde aanwezig moet zijn. Dit vanuit de wetenschap dat blootstelling aan een te hoge geluidbelasting invloed heeft op onze gezondheid. 

Stille gebieden en gezondheid

Geluidsoverlast kan slaapverstoring en stress veroorzaken en bij hogere geluidniveaus kunnen ook hart- en vaatziekten ontstaan. In een publicatie uit 2006 (bijna 25 jaar na het in werking treden van de Wet geluidhinder) van de Gezondheidsraad met de titel ‘Stille gebieden en gezondheid’ wordt een opmerkelijke constatering gedaan. 

‘Onderzoek naar de gezondheidsbaten van stille gebieden in en buiten de woonomgeving via het mechanisme van herstel en compensatie van negatieve effecten van lawaai is er nauwelijks. Desondanks vond de commissie het een interessante hypothese en vond dat deze nader onderzoek verdient. Het is niet ondenkbaar dat er gezondheidswinst kan worden behaald door rekening te houden met ruimtelijke variatie in geluidbelasting. Een woonomgeving kan bijvoorbeeld zo zijn ingericht dat er grote verschillen in geluidbelasting ontstaan, bijvoorbeeld tussen voor- en achterkant van een woning of tussen een besloten binnenplaats, pleinen of parken die weer omringd zijn door drukke wegen.’ 

In het proefschrift van Yvonne de Kluizenaar met de titel ‘Effecten van langetermijnblootstelling aan wegverkeersgeluid’ uit 2015 worden vergelijkbare conclusies getrokken: ‘Het reduceren van blootstelling aan wegverkeersgeluid in de stedelijke leefomgeving (en daarmee de negatieve effecten ervan) vormt een grote uitdaging en is vaak niet eenvoudig. Een slimme combinatie van maatregelen, zowel aan de bron als aan de kant van de ontvangers, kan bijdragen aan het reduceren van blootstelling aan en daarmee effecten van geluidhinder. 

Er zijn aanwijzingen dat een lagere blootstelling aan de ‘geluidluwe’ kant van de woning bijdraagt tot betere woonomstandigheden door vermindering van effecten van geluid. Een laag (of lager) blootgestelde zijde aan een woning, biedt de bewoners de mogelijkheid aan de continue aanwezigheid van verkeersgeluid te ‘ontsnappen’, bijvoorbeeld door te kiezen om tijd door te brengen, of te slapen aan de stillere kant. Het beschouwen van zowel blootstelling aan de meest belaste zijde en minst belaste zijde van woningen draagt bij aan een completere karakterisering van individuele blootstelling aan geluid.’

Rustige gebieden als compensatie

Een hoge geluidbelasting kan niet altijd worden vermeden en het creëren van een geluidluwe zijde is ook niet altijd mogelijk, maar het creëren van een goed woon- en leefklimaat blijft wel van belang. Dat vraagt primair om meer aandacht voor de hierboven genoemde ruimtelijke variatie in geluidbelasting, zodat in de directe woonomgeving echte rustige gebieden kunnen ontstaan. Die rustige gebieden bieden mensen de mogelijkheid om compensatie te ervaren van hun lawaailast. 

Dit vraagt in stedelijke omgevingen dan om een multidisciplinaire aanpak van stedenbouwkundigen, landschapsarchitecten en geluiddeskundigen. Dit vraagt ook bij de verkaveling al om nadenken over de positie van gebouwen in relatie tot de lawaaibronnen en de posities van ruimten in relatie rot de optredende geluidbelasting. Tegenwoordig noemen we dat ‘Soundscaping’, maar al in 1975 is er een Duitse publicatie van het ‘Ministerium für Arbeit, Gesundheit und Soziales’ (MAGS) met de titel ‘Schallausbreitung in bebauten Gebieten’ verschenen. 

In deze publicatie is aangegeven welk effect optreedt op de geluidbelasting binnen een gebied als gevolg van de positie van de gebouwen ten opzichte van de lawaaibron. Door een juiste positionering van de gebouwen te kiezen ten opzichte van de lawaaibron kan invloed worden uitgeoefend op geluidkwaliteit in het te ontwikkelen gebied. Binnen de publicatie van het MAGS zijn tientallen voorbeelden gepresenteerd met de verschillende variaties in verkavelingen. Een open structuur draagt weinig bij aan kwaliteit in het achterliggende gebied. Aaneengesloten woongebouwvormen laten lawaai in het achterliggende gebied niet toe en daarbij ontstaat kwaliteit door een echte rustige zijde van de woning. Woningen in een carrévorm als hofjes afgesloten van de lawaaibron hebben een stille buitenruimte en bieden kwaliteit door een oase van rust.

Eenzijdige oriëntatie

Een stuk lastiger wordt het om bij éénzijdig georiënteerde woningen met een aanzienlijke geluidbelasting een geluidluwe gevel te creëren. We kunnen die geluidluwe gevel dan met behulp van positie van ruimten, buitenruimten of lokale gevelgeluidschermen creëren. Daarbij is het van belang dat we na blijven denken of de oplossing bijdraagt aan woonkwaliteit of een noodzaak is waarmee we aan de regels van het geluidbeleid van de gemeente voldoen. 

Bij een eenzijdig georiënteerde woning met beperkte afmetingen kan bijvoorbeeld een lokale geluidluwe gevel worden gecreëerd door in de woning een nis te maken die over de volledige hoogte afgesloten wordt met een geluiddempend rooster, een zogenaamde coulissendemper. Hierbij wordt de lucht langs een geluidsabsorberend vlak geleid en zo wordt het geluid geabsorbeerd. 

Ter beperking van geluidreflecties kan op de wanden en het plafond in de nis een geluidsabsorberende afwerking worden toegepast. In de nis wordt ook een te openen raam opgenomen. De reductie ter plaatse van het te openen raam/deur in de nis, rekening houdend met een veiligheidsmarge afhankelijk van het type coulissendemper en de hoeveelheid absorptie in de nis, ligt tussen de 6 en 16 dB. 

Een andere mogelijkheid is om met behulp van een serre in combinatie met een geluidgedempt rooster de geluidluwe gevel te creëren. Daarmee wordt ook een geluidluwe buitenruimte gecreëerd. De te bereiken reductie bedraagt met deze constructies meer dan 10 dB. 

Lokaal geluidsscherm 

Een meer lokale oplossing is een geluidsscherm dat verdiepingshoog is. Op die wijze wordt achter het geluidsscherm een geluidluwe gevel gecreëerd. De onderzijde van de balkons moeten daarbij absorberend worden uitgevoerd. Met een verdiepingshoog geluidsscherm kunnen achter dit geluidsscherm reducties worden bereikt van circa 6 – 10 dB. 

Een alternatief voor een balkonscherm is een lokaal gevelgeluidsscherm met een coulissendemper. Het gevelgeluidsscherm bestaat uit een transparant deel met daarachter een of meerdere coulissen. Met lokale gevelschermen met een coulissendemper kunnen reducties op de achterliggende gevel (in dit geval het te openen raam) worden bereikt van 3 – 5 dB. Door het toevoegen van extra dempers achter het transparante deel van het gevelscherm kan de reductie worden verhoogd tot circa 8 dB. 

Meer dan wettelijke eis

We pleiten ervoor om de geluidluwe gevel te benaderen vanuit een toevoeging van kwaliteit. Door in het beginstadium de akoestische effecten van een ruimtelijk ontwerp (onder andere verkaveling) beter in kaart te laten brengen, kan gericht worden ontworpen op akoestische woonkwaliteit. Door vroegtijdig gericht akoestisch ruimtelijk te ontwerpen, kan meer worden bereikt dan via het nemen van kunstgrepen om alleen aan de wettelijke eisen te voldoen! Deze koerswijziging is naar onze mening noodzakelijk om zo enerzijds het aantal gehinderden te beperken en anderzijds mogelijkheden voor bevolkingsgroei / verdichting mogelijk te maken.

Hoog percentage gehinderden

De publicatie ‘Stille gebieden en gezondheid’ (Gezondheidsraad, 2006; publicatie nr. 2006/12) meldt een groot percentage woningen dat geluidhinder ondervindt: “Zeventig procent van de Nederlandse woningen is blootgesteld aan verkeerslawaai (wegverkeer, treinverkeer en luchtvaart) boven een gemiddeld niveau van 50 dB(A) per 24 uur. Vijf procent van deze woningen heeft een gemiddelde blootstelling van 65 dB(A) en hoger (gemeten aan de buitengevel); één procent kent zelfs een blootstelling aan niveaus hoger dan 70 dB(A).” Uit toekomstige ontwikkelingen in bevolkingsgroei, verstedelijking en mobiliteit kan voorspeld worden dat de blootstelling aan lawaai zal toenemen. Op basis van onderzoek in 2003 bij mensen van 16 jaar en ouder wordt het maximale percentage ernstig gehinderden door wegverkeersgeluid geschat op 29% (ruim 3,5 miljoen mensen) en het percentage mensen met ernstige slaapverstoring op 12% (1,5 miljoen) per jaar (RIVM rapport 815120001/2004; TNO rapport 2004-34). Als ook rekening wordt gehouden met het geluid van vliegverkeer en railverkeer, spreken we over percentages van maximaal ongeveer 50 voor ernstige hinder en 17 voor ernstige slaapverstoring.

 Dit artikel is gepubliceerd in Bouwwereld l 5-5-2017