Transformatie en verblijfsgebieden

Een kantoorgebouw wordt getransformeerd tot een woongebouw. De aanpak voor toetsing aan het Bouwbesluit lijkt dan eenvoudig: eerst vindt de gebruiksfunctiewijziging plaats, daarna de bouwactiviteiten. Voor het bestaande, ongewijzigde deel gelden de voorschriften voor bestaande bouw.

Voor alles wat wijzigt gelden de verbouwvoorschriften. Dan zijn we er echter nog niet. Want ergens in dat proces vinden ook allerlei andere wijzigingen plaats. Bijvoorbeeld de wijziging van verblijfsgebieden. Wijziging van een verblijfsgebied heeft consequenties voor toetsing aan onder meer de voorschriften voor daglicht en ventilatie. Hoe moet zo’n wijziging bij transformatie worden beoordeeld?