Rigide toepassing van regels uit het geluidbeleid – gekunstelde geveloplossingen

01-12-2017

De realisatie van nieuwe woningen in de stedelijk gebied botst vaak met geluidnormen. Dit leidt tot allerlei gekunstelde geveloplossingen. Geen goed idee, vindt Frans Houtkamp. De interpretatie van regels is vaak te rigide. Maar er zijn wel degelijk goede oplossingen denkbaar! In dit artikel betoogt Frans hoe het beter kan.

Lees verder

Rigide toepassing van regels uit het geluidbeleid – gekunstelde geveloplossingen

Foto: Lokale gevelschermen langs de A10. 

Geluidbelasting in de compacte stad

Nieuwe woningen worden vaak gerealiseerd in compacte binnenstedelijke gebieden. Vaak hebben deze locaties een te hoge geluidbelasting. De wetgever (en lokale overheid) formuleert dan beperkende randvoorwaarden waarbij toch woningen gerealiseerd kunnen worden. 

Rigide omgang

Deze strategie is goed, maar ik zie in de praktijk dat het voldoen aan randvoorwaarden voorop is komen te staan. Aan het uiteindelijke doel het creëren vaneen goed woon- en leefklimaat - wordt voorbijgegaan. De interpretatie van het voldoen aan de randvoorwaarden vind ik veel te rigide. Er zijn wel degelijk goede oplossingen denkbaar!  

Braafste jongetje van de klas

In Nederland lopen we voorop als het gaat om het formuleren en vastleggen van grenswaarden. Soms doen we dat zelfs als braafste jongetje van de klas. We zijn nog beter in het formuleren van uitzonderingssituaties of ontsnappingsclausules als die grenswaarden ons in de praktijk te zeer knellen of beoogde ontwikkelingen in de weg staan. 

Deze ontsnappingsclausules leidden ertoe dat er vliesgevels voor woningen kwamen. Zo'n gevel fungeert als scherm in de overdrachtsweg tussen de bron en de woning. Dit scherm wordt op zeer korte afstand van de gevel geplaatst. Later is zelfs een dove gevel geïntroduceerd: een gevel zonder te openen delen. 

Foto: Vliesgevel in Amsterdam

De gevaren van slaapverstoring 

Grenswaarden zijn er om bewoners te beschermen. Langdurige blootstelling aan geluidhinder kan de gezondheid schaden. Slaapverstoring door een hoge geluidbelasting, ook zonder wakker te worden, zorgt dat iemand niet in de juiste rem-slaap terecht komt. Daardoor rust je onvoldoende uit. Zo ontstaat vermoeidheid, en ook je prestatievermogen wordt minder. Het blijkt zelfs dat geluidhinder een verhoogd risico op een hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten geeft. 

Juist omdat slaapverstoring zonder wakker te worden vaak niet herkend wordt, moet de overheid bewoners hiertegen beschermen. Maar is het ook de taak van de overheid om bewoners 24/7 te beschermen tegen geluidhinder?

24/7 een goed geluidklimaat? 

Bescherming tegen geluid is belangrijk, maar ik vind het minder relevant om 24/7 te kunnen genieten van een goed geluidklimaat in de woning. Het lijkt me goed om onderscheid te maken tussen het voorkomen van slaapverstoring, en het op andere momenten van de dag genieten van een rustig woonvertrek. 

De bewoners moeten uiteraard het geluid van buiten kunnen weren en daarbij kunnen voldoen aan de vereiste ventilatie. Maar als het raam wordt opengezet voor kortdurend spuien, moet het aanvaardbaar zijn dat het geluidniveau in de woning tijdelijk relatief hoog is. Omdat spuien vaak gebeurt na een calamiteit, bijvoorbeeld na het laten aanbranden van aardappels, is dit alleszins aanvaardbaar. 

Ook moet de mogelijkheid tot het verblijven in een rustige buitenruimte meegewogen worden bij het criterium woon- en leefkwaliteit. Een rustige buitenruimte is niet alleen een tuin of balkon, ook een afgeschermd (gezamenlijk) dakterras, rustig park of groengebied in de directe omgeving van de woning tellen mee.

Foto: Dove gevel met coulissendemper, Houthavens Amsterdam

Ontsnappen aan verkeersgeluid

In het proefschrift ‘Effecten van langetermijnblootstelling aan wegverkeersgeluid’ gaat Yvonne de Kluizenaar in op de mogelijke maatregelen om de effecten van geluidhinder te reduceren:

'Er zijn aanwijzingen dat een lagere blootstelling aan de 'geluidluwe' kant van de woning bijdraagt tot betere woonomstandigheden door vermindering van effecten van geluid. Een laag (of lager) blootgestelde zijde aan een woning, biedt de bewoners de mogelijkheid aan de continue aanwezigheid van verkeersgeluid te ‘ontsnappen’, bijvoorbeeld door te kiezen om tijd door te brengen, of te slapen aan de stillere kant. Het beschouwen van zowel blootstelling aan de meest belaste zijde en minst belaste zijde van woningen draagt bij aan een completere karakterisering van individuele blootstelling aan geluid.’ 

Niet mogen klagen

Soms wordt gesteld dat de acceptatie van geluid kan worden vergroot als de bewoners vooraf bekend zijn met de situatie. Zo nu en dan wordt zelfs gesuggereerd om vast te leggen dat bewoners niet mogen klagen. 

Deze vorm van het vergroten van draagvlak voor een hoge geluidbelasting vind ik echt niet acceptabel. De meeste bewoners kunnen door het gebrek een specifieke kennis geen juiste afweging maken. In die zin gaat het zeker op dat de overheid de bevolking tegen zichzelf moet beschermen. 

Foto: Geluidafscherming bij balkon, Nieuwegein

Echt rustige gebieden

Als het vermijden van een hoge geluidbelasting en het creëren van een geluidluwe zijde geen opties zijn, is het creëren van een goed woon- en leefklimaat juist van belang. Dat vraagt primair om meer aandacht voor ruimtelijke variatie in geluidbelasting, zodat in de directe woonomgeving echt rustige gebieden kunnen ontstaan. 

Die rustige gebieden bieden mensen de mogelijkheid om compensatie te ervaren van hun lawaailast. Dit leidt samen met de maatregelen voor het voorkomen van slaapverstoring tot een aanvaardbaar woonklimaat ten aanzien van geluid. Daarmee wordt hinder en gezondheidsschade voorkomen. 

Doorgeschoten voorbeelden

Het is bijzonder om te zien dat gemeenten verschillende opvattingen hebben over de wijze waarop zij aan de doelstellingen van de overheid kunnen bijdragen. Soms leiden die opvattingen ertoe dat de oplossingen die we bedenken vooral dienen om te voldoen aan de regels, maar niet altijd bedoeld zijn voor het creëren van een goed woon- en leefklimaat. Bovendien is wat in de ene gemeente wordt toegestaan, niet mogelijk in een andere gemeente. Een paar oplossingen waarbij ik me afvraag of we niet zijn doorgeschoten.

Het bij uitzondering te openen deel in een (dove) gevel 

De definitie van een dove gevel uit de Wet geluidhinder is een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte. 

De onduidelijkheid zit 'm in het criterium 'bij uitzondering te openen delen'. Het artikel noemt een nooduitgang als voorbeeld. Er zijn gemeenten die deze definitie ook daadwerkelijk zo strikt interpreteren. Andere gemeenten staan een glazenwassersraam toe. In sommige gemeenten is zelfs een voordeur toegestaan. Ook daarbij worden er wisselende voorwaarden gesteld voor de achter de voordeur aanwezige ruimten of het aantal deuren dat achter de voordeur aanwezig moet zijn voordat een geluidsgevoelige ruimte wordt betreden. 

En wat te denken van de aannemer die de sleutels van het op te leveren appartement overhandigt en de bewoner erop wijst dat in de keukenla het hang- en sluitwerk ligt om een raam in een dove gevel alsnog te openen te maken? Ook als de aannemer ze er niet op wijst, begrijpen bewoners vaak het principe van de dove gevel niet. Dan maken ze zelf alsnog een vast kozijn te openen. 

Toepassing van gecombineerde geveldelen

Ook heel bijzonder is de opvatting van sommige gemeenten dat één gevel niet uit een combinatie van een doof geveldeel en bijvoorbeeld een geveldeel met een geluidvlies mag bestaan. 

Nog gekker is het als gemeenten bij een eengezinswoning wel de verticale toepassing van verschillende geveldelen toestaan, maar een horizontale toepassing niet. Ik kan geen enkel inhoudelijk argument voor deze opvattingen bedenken, anders dan een strikt formele interpretatie van de definities uit de wet.

De geluidluwe gevel

Een prima manier om de woonkwaliteit van een hoogbelaste woning te verhogen, bestaat uit de realisatie van een geluidluwe gevel. In veel gemeenten is een geluidluwe gevel een gevel waar de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder niet wordt overschreden. Soms gaat het dan om de voorkeursgrenswaarde voor de bron die de hoge geluidbelasting veroorzaakt. Soms gaat het om alle voorkeursgrenswaarden, soms wordt er ook cumulatief beoordeeld. 

Los daarvan gaat het sommige gemeenten om het creëren van luwe buitenruimten waar de bewoner van kan genieten. In andere gevallen gaat het slechts om het creëren van een luw geveldeel waarin een te openen raam aanwezig is, waarachter bewoners bijvoorbeeld met open raam van een goede nachtrust kan genieten. In enkele gevallen wordt dit alleen toegestaan als er voor de bewoners in de directe nabijheid van de woning een geluidluwe ruimte of een geluidsluw gebied aanwezig is, bijvoorbeeld een park of een dakterras. 

En dan spreken we nog niet over de bestaande verschillen in de definitie van een geluidsluwe gevel. Soms is dat de voorkeursgrenswaarde, soms wordt in hoogbelaste omgevingen gesproken van een relatief luwe gevel, dat wil zeggen tot 3 of 5 dB boven de voorkeursgrenswaarde. Me dunkt dat ook rond de luwe gevel het beoogde doel soms wordt voorbij geschoten.

Het aquarium aan de gevel

Bij de aanwezigheid van een inpandige loggia of een balkon kan in veel gevallen een flinke geluidreductie op de achtergelegen vloer of gevel worden bereikt met de toepassing van een gesloten borstwering. Soms is het aanbrengen van extra geluidsabsorberend materiaal noodzakelijk, soms moet de borstwering vrijwel verdiepinghoog worden uitgevoerd om voldoende reductie te bereiken. En, weer afhankelijk van de gemeente, mag het bovenste deel van de borstwering geheel of gedeeltelijk te openen zijn of moet het deels geopend blijven om aan de eisen voor spuiventilatie te voldoen. 

Ook wordt er per gemeente verschillend gedacht over de locatie van het rekenpunt achter de borstwering. Moet dat op 1,5 meter boven het vloerniveau worden gelegd? Mag het alleen ter plaatse van de te openen delen worden berekend? Mag het over het volledige te openen deel worden gemiddeld? Kortom, allerlei verschillende opvattingen die leiden tot bijzondere constructies met een borstwering waarachter op vloerniveau in de gevel een te openen deel en een gesloten deel dat over de borstwering heen kijkt. 

Zijn dit nog oplossingen waarbij de bewoner de buitenruimte beleeft en met een te openen raam kan slapen? Of zijn het slechts middelen om binnen de interpretatie van de formele eisen uit de wet en of het gemeentelijk beleid te voldoen? Soms worden zelfs ingewikkelde sluisconstructies bedacht waarvan de bewoner de bedoeling niet eens kent, laat staan dat die tot tevredenheid leiden.  

Geluidreductie versus ventilatie-eisen

Deze strijdige issues veroorzaken ook bijzondere oplossingen. Wat te denken van het aanbrengen van ventilatoren om warmte in een middels een glazen vlies afgesloten galerijflat af te voeren? Of van enorme, al dan niet bouwkundige, geluiddempende ventilatieroosters om te kunnen spuien zonder het vlies te openen? Dit zijn toch typisch voorbeelden waarbij het ontwerp volledig het doel voorbij schiet.

Foto: Ventilatoren achter vliesgevel ter voorkoming van warmteoverlast langs de A10, Amsterdam.

Zinvolle beleidsstandpunten en oplossingsmogelijkheden

Op grond van de hiervoor genoemde doelstelling en beschreven oplossingsmogelijkheden die niet altijd op die doelstelling maar op het voldoen aan de wet zijn ontworpen, lijkt het zinvol om de volgende uitgangspunten te hanteren.

Geluidluwe zijde en geluidluwe buitenruimte

Daar waar sprake is van een geluidbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde, moet een geluidluwe zijde worden gerealiseerd. Aan die zijde moet tenminste een slaapkamer worden gesitueerd en mag rekening worden gehouden met de maatgevende periode van het etmaal. En, in stedelijk gebied kan een geluidluwe gevel hoger worden belast dan in een landelijke, rustige omgeving. Geluidluw is relatief. Bij eenzijdig georiënteerde woningen (die veelal relatief klein zijn waarbij er geen ruimte is om een daadwerkelijk te gebruiken buitenruimte te creëren) hoeft een geluidluwe buitenruimte niet bij het eigen huis te zijn.

Ventilatiecapaciteit

Bij de toepassing van een vlies of scherm worden buitenluchtcondities nagestreefd achter dat vlies of scherm. Daarvoor hoeft de permanente ventilatiecapaciteit van de ruimte achter het vlies of scherm echter zeker niet zo groot te zijn als die voor de spuiventilatie. Om de mogelijkheid te hebben om een slaapkamerraam in de gevel achter het scherm of vlies te openen, om met frisse lucht (bestaat die overigens in stedelijke gebieden?) toch rustig te kunnen slapen, kan met een aanzienlijk lagere ventilatiecapaciteit worden volstaan. 

Het is goed om te realiseren dat het hier gaat om een aanvulling op de basisventilatie van de verblijfsruimte, die alleen vanuit comfort van de bewoner wordt gerealiseerd. De standaard basisventilatie van de verblijfsruimte wordt namelijk al op een andere wijze geregeld middels roosters in de gevel of mechanische ventilatietoevoer. En wanneer de aardappels aangebrand zijn, dan mogen in het scherm of vlies, in aanvulling op de permanente ventilatieopeningen, natuurlijk tijdelijk best delen verder geopend worden om voldoende spuiventilatie te realiseren.

Waarneemhoogte

Daarbij lijkt het zinvol om de te beoordelen waarneemhoogte achter een dergelijk scherm of vlies afhankelijk te stellen van het doel van het scherm of vlies: gaat het om de realisatie van een geluidluwe buitenruimte of om het wegnemen van de geluidbelasting op de achtergelegen gevel van een woon- of slaapkamer? Standaard correctiefactoren voor een eenvoudige maar juiste berekening van het geluidniveau achter het scherm of vlies in relatie tot de inhoud van de loggia en/of de absorptie in plafond of wanden kunnen daarbij zeer behulpzaam zijn.

Definitie dove gevel

En tenslotte, waarom zou een dove gevel geen te openen delen mogen bevatten? Moeten we er niet van uitgaan dat bewoners zelf best weten wanneer het verstandig is om de gevel te sluiten en wanneer die best een periode open kan zijn? Moet de definitie van de dove gevel daarop niet worden aangepast?

Conclusie

De doelstelling om mensen in de woonomgeving tegen overmatige geluidhinder te beschermen, in iedere geval ervoor te zorgen dat er geen gezondheidsschade optreedt, is natuurlijk prima. Maar de daarvoor bedachte oplossingen zijn niet altijd aanvaardbaar. Vaak blijft het bij het formeel voldoen aan de regels en grenswaarden, en wordt er voorbijgegaan aan het aspect van de acceptatie door de bewoners. 

Uitleg en de mogelijkheid tot individuele instellingen zijn hierbij van belang. Bewoners moeten in enige mate zelf aan de knoppen kunnen draaien om een goede beleving van het wooncomfort te hebben. Ik pleit er voor dat we ons doel niet voorbijschieten.


Meer over de auteur

Frans Houtkamp is senior adviseur op het gebied van geluidhinder, milieu en ruimtelijke ontwikkeling. Na bijna 40 jaar ervaring in het werkveld is hij per 1 januari 2018 met pensioen.