Raad van State zet relativiteitsvereiste op de helling

04-04-2014

Burgers die bezwaar maken tegen windparken kunnen wellicht tóch een beroep doen op natuurbelangen als beroepsgrond. Dat blijkt uit een uitspraak van de Raad van State. Goed natuuronderzoek doen blijft dan ook van groot belang. 



Het ‘relativiteitsvereiste’ 

Het ‘relativiteitsvereiste’, in 2010 geïntroduceerd met de Crisis- en Herstelwet en sinds 1 januari 2013 in het gehele bestuursprocesrecht van kracht, maakt het voor bezwaarmakers moeilijker om een besluit vernietigd te krijgen. Simpel gezegd moeten zij aantonen dat hun directe, eigen belangen in het geding zijn en gelden algemene belangen van dieren, natuur en landschap niet als beroepsgrond. 

Belangen bezwaarmakers 

De Raad van State zegt in een recente uitspraak in de zaak van een aantal omwonenden tegen Windpark Noordoostpolder dat die algemene natuurbelangen wel degelijk verweven kunnen zijn met de belangen van bezwaarmakers. Voorwaarde is dan wel dat zij in, of heel dichtbij, het betreffende gebied wonen. Oftewel het betreffende gebied moet deel uitmaken van hun leefomgeving. 

Bij het NOP-park woonden bezwaarmakers te ver en werd hun bezwaar ongegrond verklaard. Omwonenden op grote afstand van windturbines kunnen dus geen beroep doen op het algemene belang van bescherming van diersoorten, natuur en landschap; op korte afstand kunnen ze dat wel. Goed natuuronderzoek, voor zover dat nog niet gedaan wordt, blijft dan ook van groot belang. 

De volledige uitspraak van de Raad van State is hier terug te lezen.

Expertises

Milieu

Meer over Milieu

Ruimtelijke ordening

Meer over Ruimtelijke ordening