Nieuwe eisen aan weerstand tegen rookdoorgang

17-02-2022

Dit artikel verscheen op 16 februari 2022 op Bouwwereld.

Bij een gebouwbrand zorgt rook vaak voor de meeste slachtoffers. Daarom is het tegengaan van rookverspreiding als sinds het Bouwbesluit 1992 geregeld in onze bouwregelgeving. Met de invoering van de nieuwe eisen aan de weerstand tegen rookdoorgang (wrd) per 1 juli 2021, kent het Bouwbesluit 2012 hiervoor een nieuwe methode. Het doel: een betere ondersteuning bieden bij rookvrij vluchten en zo het aantal slachtoffers door rookverspreiding verminderen.

Lees verder

Nieuwe eisen aan weerstand tegen rookdoorgang

Per 1 juli 2021 zijn er voor nieuwbouw nieuwe eisen aan de wrd opgenomen in het Bouwbesluit. Het doel van deze eisen is onder andere om via te nemen maatregelen rookvrij vluchten beter te faciliteren. Dat gebeurt door de hoeveelheid rook die van de brandende ruimte naar een andere ruimte kan stromen, te beperken. Inderdaad, beperken. De hoeveelheid rook wordt dus niet volledig tegengehouden; er kan nog steeds een bepaalde hoeveelheid rook naar andere ruimten stromen.

De wrd-eisen hebben betrekking op de overgang van de ene ruimte naar een andere ruimte. Of in termen van het Bouwbesluit, van een (sub)brandcompartiment naar een ander (sub)brandcompartiment, of naar een vluchtroute. Dit is vergelijkbaar met de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (wbdbo). Ook deze eisen gelden tussen ruimten onderling. De nieuwe norm drukt de wrd uit als Ra of R200, waarbij R200 een hogere prestatie levert dan Ra.

Rookverspreidingstrajecten tussen ruimten

De wrd drukt een prestatie tussen ruimten uit. Tussen ruimten zijn scheidingen aanwezig. Wanden, vloeren, plafonds, schachtwanden en/of gevels zijn voorbeelden van scheidingen (scheidingsconstructies). Om de wrd te realiseren is de wijze waarop de scheidingen tussen de ruimten wordt uitgevoerd van belang. Om de manier waarop een scheiding moet worden uitgevoerd te bepalen, is het belangrijk eerst te kijken naar het aantal scheidingen tussen de ruimten en vervolgens naar alle componenten in alle scheidingen tussen de ruimten.

Om het aantal relevante scheidingen tussen ruimten vast te stellen, kijken we naar de rookverspreidingstrajecten: trajecten waarlangs rook zich door inpandige scheidingen naar een andere ruimte kan verspreiden.

Eén rookverspreidingstraject kan door meerdere achter elkaar gelegen scheidingen lopen. Een voorbeeld: bij twee woningen die aan dezelfde schacht grenzen, bestaat één rookverspreidingstraject uit de wand tussen de eerste woning en de schacht, plus de wand tussen de schacht en de tweede woning. Ook de woningscheidende wand zelf is in dit geval een apart rookverspreidingstraject.

 
Weerstand tegen rookdoorgang tussen ruimten (in dit geval tussen ruimte 1 en 3).

Rookwerendheid scheidingsconstructie

Als de scheidingen zijn bepaald, moet vervolgens iedere scheiding op een rookverspreidingstraject rookwerend worden uitgevoerd. Zitten er meerdere scheidingen tussen twee ruimten? Dan mogen de rookwerende eigenschappen van de scheidingen volgens een bepaalde methode uit de nieuwe norm bij elkaar opgeteld worden. Voorheen werd de rookwerendheid in minuten bepaald door de brandwerendheid met anderhalf te vermenigvuldigen. In de nieuwe NEN 6075 drukken we de rookwerendheid van een scheidingsconstructie net als de wrd uit als Ra of R200. 
Rookverspreidingstrajecten via een schacht. 

Rookdoorlatendheid componenten

Een rookwerende scheiding beperkt de hoeveelheid rook die naar een andere ruimte stroomt. Dit wordt praktisch uitgevoerd door componenten (constructieonderdelen) toe te passen waarbij aandacht is voor de rookdoorlatendheid. Vergelijk het met brandscheidingen: scheidingen waarbij aandacht is voor de brandwerendheid van componenten (constructieonderdelen).

De NEN 6075 stelt een maximale hoeveelheid rook die ieder individueel component mag passeren. Dit noemen we de rookdoorlatendheid van de componenten, uitgedrukt in Sa of S200. De ‘Sa’ betekent dat een component getest is bij kamertemperatuur (ambient). De ‘S200’ geeft aan dat een component getest is bij kamertemperatuur én bij 200 graden Celsius. De Sa- en S200-test worden altijd uitgevoerd bij een aantal drukverschillen. S200 levert een hogere prestatie dan Sa.

Bij brand kunnen uiteraard veel hogere temperaturen dan 200 graden Celsius optreden. In de NEN 6075 is er bewust voor gekozen om juist de verspreiding van relatief koude rook te beperken. In veel brandwerende constructies worden namelijk al voorzieningen aangebracht die de verspreiding van warme rook tegengaan, bijvoorbeeld opschuimende strips. Deze werken echter niet bij lage temperaturen, terwijl ook dan rook al tot hinder of gevaar kan leiden. Met de nieuwe eisen wordt het risico op hinder of gevaar door rook verkleind.

 
Rookwerendheid scheidingen (per rookverspreidingstraject zijn de scheidingen op één traject met dezelfde kleur aangegeven).

Van rookdoorlatendheid naar wrd

We blikken eerst terug:

  • Om aan de wrd (Ra/R200) tussen ruimten te voldoen, zijn de rookverspreidingstrajecten tussen de ruimten van belang.
  • Op ieder rookverspreidingstraject is de rookwerendheid (Ra/ R200) van alle scheidingen van belang.
  • Iedere scheiding wordt rookwerend door aandacht te schenken aan de rookdoorlatendheid (Sa/S200) van ieder component in iedere scheiding.

Zijn we dan klaar? Nee, de opbouw van iedere rookscheiding op componentniveau vraagt nog extra aandacht. Hiervoor geeft de NEN 6075 twee methodes.

Basismethode
Er geldt in deze methode een maximaal aantal componenten per rookwerende scheiding. Namelijk maximaal twee componenten, waarbij één extra component is toegestaan per 5 m2. Voldoen al deze componenten aan Sa of S200? Dan voldoet de scheiding aan Ra. Voldoen al deze componenten aan S200? Dan voldoet de scheiding aan R200. Een deur, een doorvoering, de wand zelf, een brandklep, een naad tussen componenten en een naad rond een deur of brandklep: ze tellen allemaal mee als component.

Naden die ‘optisch dicht’ zijn, tellen echter niet mee. Wat betekent dit? Als naden worden dichtgezet met bijvoorbeeld kit (bij S200 brandwerende kit), mag men de naad qua rookdoorlatendheid verwaarlozen.

Dus, bij het bepalen van het aantal componenten blijven deze componenten buiten beschouwing. Bij onderstaande figuur betekent dit dat de componenten vijf tot en met acht bij de juiste uitvoering niet meegerekend hoeven worden. Met vier resterende componenten die alle voldoen aan Sa of S200 en een oppervlakte van 10 m2 voldoet deze scheiding qua aantal componenten dus aan de NEN 6075.

Uitgebreide methode
In deze methode geldt geen limiet aan het aantal componenten. De rookwerendheid van de wand en de uiteindelijke wrd moeten echter wel rekenkundig worden onderbouwd. Daarbij kunnen componenten met een betere (of slechtere) prestatie op de rookdoorlatendheid worden toegepast. Een betere prestatie op de rookdoorlatendheid betekent dat er per component een lagere hoeveelheid rook kan passeren. Daardoor mogen er dus meer componenten gebruikt worden en blijft de totale hoeveelheid rook die naar een andere ruimte stroomt in theorie gelijk. Zijn de rookscheidingen op alle rookverspreidingstrajecten opgebouwd volgens de basismethode of volgens de uitgebreide methode? Dan wordt de wrd conform de norm gehaald.

 
Rookdoorlatendheid componenten (er zijn acht componenten te onderscheiden, waaronder een aantal naden tussen componenten).

Ventilatiesystemen en wrd

Voeren kanalen of ventilatieopeningen van een ventilatiesysteem door een brandscheiding? Dan moeten deze ook worden meegenomen in de bepaling van de wrd. Een reguliere brandwerende klep is daarbij onvoldoende om de wrd te realiseren. De klep moet namelijk ook een aantoonbare rookdoorlatendheid hebben. Ook moet de klep worden geactiveerd door automatische detectie, bijvoorbeeld rookmelders. Kleppen met een smeltlood kunnen dus geen rookwerende functie vervullen. Met een goede onderbouwing kan volgens de NEN 6075 van dit principe worden afgeweken. In de praktijk blijkt echter dat een afdoende onderbouwde afwijkingsmogelijkheid vrij lastig is. We gaan hierover graag in gesprek met andere partijen binnen de markt.

Wrd-eisen en verbouwen

In het Bouwbesluit staan ook wrd-eisen voor verbouwsituaties. Deze gelden slechts voor een aantal gebruiksfuncties: wonen, kinderdagverblijf met bedgebied, gezondheidszorg met bedgebied, cellen en logies. Ook geldt dit alleen voor brandscheidingen tussen een van deze functies en een besloten vluchtroute met een status. Dit zijn beschermde routes of (extra) beschermde vluchtroutes. Bij verbouwwerkzaamheden aan deze brandscheidingen – dus ook bij vervanging of aanpassing van een onderdeel – geldt de wrd-eis R200. De eis geldt alleen voor de onderdelen die verbouwd worden. Als bijvoorbeeld een woningvoordeur van een portiekflat wordt vervangen, geldt de eis dus niet voor de wand of doorvoeringen.

Aandachtspunten

Inmiddels zijn we een aantal maanden onderweg sinds de invoering van de nieuwe eisen en zien we in de praktijk een aantal belangrijke aandachtspunten tijdens de toepassing ervan:

  • Niet iedere partij in de markt is ervan op de hoogte dat met de publicatie van Staatsblad 211 (2021) de wrd-eisen al per 1 juli 2021 zijn ingevoerd.
  • Zijn er in een scheiding méér dan twee componenten (plus één component extra per 5 m²) aanwezig die qua rookdoorlatendheid niet verwaarloosbaar zijn? Dan is een berekening noodzakelijk en moeten componenten een betere prestatie leveren op de rookdoorlatendheid.
  • Bij naastgelegen en boven elkaar gelegen woningen is ook aandacht voor de rookdoorlatendheid van de gevels vereist. Er kan dan tevens een eis gesteld worden aan bijvoorbeeld wandcontactdozen in gevels.
  • Bij deuren die Sa-rookdoorlatend zijn, mag een spleet onder de deuren aanwezig zijn. Hier is dus enige ventilatie via de deurspleet mogelijk. Bij deuren die S200-rookdoorlatend zijn, is dit niet toegestaan. Dan is een alternatieve ventilatievoorziening dus noodzakelijk.
  • Andere overstroom- en ventilatievoorzieningen moeten worden voorzien van een rookwerende klep, aangestuurd door automatische detectie (bijvoorbeeld een rookmelder).
  • Liftschachtdeuren zijn niet rookwerend verkrijgbaar. Rookscheidingen over liftschachtdeuren moeten dus worden voorkomen. Als dit onvermijdelijk is, zijn extra voorzieningen nodig. In overeenstemming met het artikel uit de Bouwspecial Brandveiligheid van juni 2020 ‘Brandwerende voorzieningen bij liften’ gaat onze voorkeur daarbij uit naar een voorportaal voor de liften.

Bovenstaande aandachtspunten zullen niet de enige aandachtspunten zijn. Graag horen we van andere partijen in de markt welke punten zij tegenkomen bij toepassing van NEN 6075 en de wrd-eisen uit het Bouwbesluit.

Is het bepalen van de wrd makkelijker geworden? Niet echt. Is het veiliger geworden? Ja, de invoering van de wrd-eisen en de bepalingsmethode uit de norm zijn een stap in de juiste richting om het aantal slachtoffers door rook te verminderen. Wilt u meer weten over de weerstand tegen rookdoorgang en de bijbehorende eisen? Neem dan contact op. 

Aanvullende informatie 

Wbdbo en wrd: wat zijn de overeenkomsten?

Het Bouwbesluit definieert de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (wbdbo) als de ‘kortste tijd die een brand nodig heeft om zich uit te breiden van een ruimte naar een andere ruimte’. De definitie van de wrd uit NEN 6075 lijkt hierop, namelijk de ‘weerstand tegen verspreiding van rook van de ene ruimte naar een andere ruimte’. In beide definities gaat het dus om eisen tussen ruimten onderling.

Het Bouwbesluit stelt dat we de wbdbo moeten bepalen volgens NEN 6068 en de wrd volgens NEN 6075. Daar waar de NEN 6075 het heeft over rookverspreidingstrajecten, heeft NEN 6068 het over branduitbreidingstrajecten. De definities zijn vergelijkbaar, namelijk het ‘traject die de rook aflegt tussen de beschouwde ruimten’ en de ‘weg die de brand kan afleggen […] van de ene ruimte naar de andere ruimte’.

Op scheidingsniveau heeft de NEN 6075 het over ‘rookwerendheid’. Dus om de wrd te realiseren, brengen we scheidingen met een rookwerendheid aan. Bij de wbdbo brengen we scheidingen met een brandwerendheid aan.

Ook op componentniveau is de basisgedachte achter de termen vergelijkbaar. De rookdoorlatendheid stelt een grens aan de hoeveelheid rook die een component kan passeren. De brandwerendheid stelt een grens aan de hoeveelheid vlammen, warmte en straling die een component kunnen passeren.

Bij de brandwerendheid van een component is de toepassing in andere constructies van belang. Er kan bijvoorbeeld een verschil zijn in de brandwerendheid van een doorvoering, afhankelijk van het feit of het gaat om afwerkingsmateriaal op een steenachtige wand of op een metalstud-wand. Bij de rookdoorlatendheid is de toepassing van een component in andere constructies niet van invloed op de rookdoorlatendheid van een component zelf.