Gemeenten moeten bij transformatie uitgaan van geluidwaarden ín de woning

09-06-2016

Willen gemeenten echt bijdragen aan een goed woon- en leefklimaat, dan moeten zij bij het vaststellen van hogere grenswaarden bij transformatie van bijvoorbeeld kantoren naar woningen voorwaarden opnemen ten aanzien van de geluidbelasting ín de woning. Omdat bij transformatie geen wettelijke eisen zijn met betrekking tot geluidbelasting in de woning, moeten gemeenten in hun besluitvorming zelf dergelijke normen voor de geluidbelasting opnemen.

Deze oproep deed Ed Goudriaan, bij LBP|SIGHT specialist op het gebied van lawaaibeheersing en milieu, tijdens een symposium op de Provada, de vastgoedbeurs die deze week in Amsterdam plaatsvindt.  

“In 2007 zijn veel bevoegdheden rond de toepassing van de Wet Geluidhinder van de provincies naar de gemeenten gegaan”, zegt Goudriaan. “Dat betekent dat gemeenten sindsdien meer vrijheid hebben gekregen om geluidsbeleid vast te stellen. Lokaal mogen ze hun eigen afweging maken, bijvoorbeeld als een woning langs een drukke weg ligt.” 

Woon- en leefklimaat 

De grenswaarden voor de geluidbelasting op de gevel liggen bij realisatie van nieuwe woningen in een te transformeren object vast: maximaal 48 dB en onder voorwaarden uit het geluidbeleid ten hoogste 63 dB. Bijna altijd is de enige voorwaarde, dat de woning moet beschikken over een geluidluwe zijde”, aldus Goudriaan. 

“Maar omdat veel voormalige kantoren diep zijn, krijg je na transformatie vaak eenzijdig georiënteerde woningen, waardoor het erg lastig is een geluidluwe zijde te creëren.  En als we dan ook nog bedenken dat geluidluw nog steeds betekent dat er sprake is van geluidbelasting op die ‘luwe’ gevel en bij transformatie allerlei gekunstelde oplossingen moeten worden gevonden om aan de eisen te voldoen, dan schieten we ons doel voorbij”, aldus de adviseur van LBP|SIGHT. “Het beantwoorden aan die eisen zegt namelijk helemaal niets over de geluidwaarden binnen in de woning en dus ook niets over het woon- en leefklimaat.” 

‘Beleidsruimte beter benutten’ 

De conclusie van Goudriaan is dan ook duidelijk. “Gemeenten moeten hun beleid voor hogere grenswaarden aanpassen, waarbij als er sprake is van transformatie beter voorwaarden aan het binnenniveau van de woning kunnen worden gesteld dan aan het hebben van een geluidluwe zijde”, zegt hij. 

“Voorwaarden aan het binnenniveau dragen namelijk wel bij aan het bevorderen een goed woon- en leefklimaat,  voorwaarden aan het hebben van een geluidluwe zijde dragen alleen bij aan het voldoen aan regels en daardoor aan het bedenken van allerlei exotische oplossingen.” 

Gemeenten moeten hun beleidsruimte dus beter benutten, meent Goudriaan. “Zij kunnen in het kader van een hoger grenswaardebesluit stellen dat ze meer geluidbelasting toestaan onder voorwaarde dat het binnenniveau in de woning niet hoger is dan bijvoorbeeld 38 dB. Dan stellen ze voorwaarden die echt nut hebben.”