De nieuwe Omgevingswet: dat wordt voor iedereen even wennen

03-03-2022

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd op 10-06-2021 en is geüpdatet op 02-02-2022 en 03-03-2022. 

In 2002 kondigde toenmalig staatssecretaris Verkeer en Waterstaat, Schultz van Haegen, aan dat de nieuwe Omgevingswet in 2004 in werking zou kunnen treden. Op 1 februari 2022 werd bekend dat de invoering van de wet voor de vierde keer wordt uitgesteld. De net aangetreden minister De Jonge van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening geeft aan de tijd te willen nemen om tot een verantwoorde en zorgvuldige inwerkingtreding van de wet te komen. In plaats van 1 juli 2022, zal de nieuwe Omgevingswet waarschijnlijk op 1 januari 2023 ingaan. 

Lees verder

De nieuwe Omgevingswet: dat wordt voor iedereen even wennen

Ruim voor die datum moet het ICT-systeem (het DSO), dat de uitvoering van die wet gaat ondersteunen, werkend zijn opgeleverd. Ook moeten gemeenten voorbereid zijn op de nieuwe rol en taken. En wat gaat er allemaal veranderen voor bijvoorbeeld milieubelastende bedrijven, ontwikkelende partijen en gemeentes? We zetten de belangrijkste veranderingen op een rij.  

Wat verandert er voor milieubelastende bedrijven?

Op de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet verandert er weinig voor alle activiteiten die u op dat moment mag uitvoeren. Bestaande rechten worden namelijk ‘geëerbiedigd’. De onder het (dan) oude recht verleende vergunningen en geaccepteerde meldingen blijven van kracht, vergunningvoorschriften en opgelegde maatwerkvoorschriften blijven gelden. De regels van het bestemmingsplan voor uw bedrijfslocatie en de omgeving zijn verplaatst naar het zogenoemde tijdelijk deel van het omgevingsplan. Ook de regels van het (dan vervallen) Activiteitenbesluit blijven gelden. Die zijn deels verplaatst naar het Bal (regel van het Rijk) en deels als ‘bruidsschat’ naar het tijdelijk deel van het omgevingsplan (regel gemeente).

Na de datum van inwerkingtreding gaat er wel het een en ander veranderen. Sommige bepalingen uit het Activiteitenbesluit (of de -regeling) zijn vervallen en moeten binnen twee jaar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden omgezet in een maatwerkvoorschrift. En sommige activiteiten zijn vergunningplichtig geworden en moeten binnen twee jaar worden vergund. De gemeente zal u daarover gaan infomeren, maar zelf vinger aan de pols houden kan geen kwaad.

De gemeente zal ook gaan beginnen met het vullen van het permanente deel van het omgevingsplan. Dat kan door bestaande regels over te nemen uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Maar de gemeente kan het omgevingsplan ook inhoudelijk gaan wijzigen met nieuwe functies aan locaties en de bruidsschatregels gaan schrappen, wijzigen en aanvullen. Bijvoorbeeld met regels over duurzaamheid. Sommige gemeenten zullen daar direct mee beginnen, andere gaan langer wachten. De verwachting is dat er in Nederland behoorlijke snelheidsverschillen gaan ontstaan. Iets om rekening mee te houden als u landelijk werkt of meerdere vestigingen heeft. Op elke locatie zullen vanaf  het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet geleidelijk andere algemene regels gaan gelden.

Onze verwachting is dat het na de inwerkingtreding van de wet voor alle partijen behoorlijk wennen zal zijn. Zo kan het langer duren voordat u toestemming heeft om een nieuwe activiteit te starten. Wilt u dat risico niet lopen? Dan kunt u de aanvraag voor een vergunning (ruim) voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet indienen. Daar is met het nu aangekondigde uitstel wat meer tijd voor. De procedure wordt dan onder het oude recht afgerond. Datzelfde geldt bijvoorbeeld ook voor een bestemmingsplan, mits het ontwerp van zo’n besluit nog voor de inwerkingtreding is gepubliceerd. Maar bedenk wel: de laatste maanden voor de inwerkingtreding zijn de gemeenten volop bezig met de voorbereiding op de Omgevingswet. We verwachten dat gemeenten de ‘loketten’ tijdelijk zullen sluiten en veel aanvragen zullen blijven liggen.

Meer informatie over de gevolgen voor milieubelastende bedrijven? Neem contact op met onze collega’s van de afdeling Milieu. 

Wat verandert er voor ontwikkelende partijen ?

De regels van het bestemmingsplan worden op de datum van inwerkingtreding verplaatst naar het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Die ruimtelijke regels veranderen op dat moment niet. Vanaf het moment van inwerkingtreding moeten gemeenten het permanente deel van het omgevingsplan gaan vullen. Dat gaat per locatie. Gemeenten hebben tot 1 januari 2030 de tijd om het omgevingsplan volwaardig te maken, oftewel een omgevingsplan dat voldoet aan de instructieregels van het Rijk. Daarna vervalt het tijdelijk deel. Elke gemeente mag een eigen tempo kiezen en zelf bepalen of ze bij die gelegenheid de ruimtelijke regels inhoudelijk wijzigt. Uiteraard is elke wijziging een omgevingswetbesluit dat voor bezwaar en beroep openstaat. Net als nu bij bestemmingsplannen.

Meer weten over de gevolgen voor ontwikkelende partijen? Neem contact op met onze collega’s van de afdeling Ruimte. 

De regels voor een bouwactiviteit staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Dat is de opvolger van het Bouwbesluit 2012. Veel regels zijn hetzelfde gebleven, maar waar nodig aangepast op het nieuwe stelsel. Maar sommige regels zijn wel inhoudelijk gewijzigd, bijvoorbeeld de regels over de geluidwering. 

Wilt u meer weten over de precieze details? Neem contact op met onze collega’s van de afdeling Bouw.

De omgevingsvisie van de gemeente

Een van de nieuwe instrumenten van de Omgevingswet is de omgevingsvisie. Iedere gemeente in Nederland moet zo’n omgevingsvisie vaststellen voor het gehele grondgebied. Het is een strategische langetermijnvisie voor de gehele fysieke leefomgeving, die ingaat op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed.

Heeft u plannen voor uw bedrijf die van belang zijn voor die omgevingsvisie? Maak die dan tijdig bekend. Dan kan de gemeente die meenemen in het ontwerp. Onze adviseurs kunnen u helpen met het verwoorden en presenteren van uw plannen, en het geven van een zienswijze op het ontwerp van de omgevingsvisie. 

Wordt het écht eenvoudiger en beter?

Uiteindelijk wel. Het nieuwe stelsel van de Omgevingswet bestaat uit één wet in plaats van 26, vier uitvoeringsbesluiten (AMvB’s) in plaats van zestig en één ministeriële regeling in plaats van 75 voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Alles sluit veel beter op elkaar aan, bijvoorbeeld qua gebruik van definities. De Omgevingswet geeft gemeenten nieuwe juridische instrumenten, zoals het programma en het omgevingsplan. Er komt één digitaal loket voor het aanvragen of melden van activiteiten en voor het opvragen van de regels voor een locatie, inclusief de daaraan gekoppelde beleidsregels. Het onderzoek naar de financiële effecten van het stelsel heeft uitgewezen dat de eenmalige kosten voor het invoeren van het systeem hoog zijn, maar de structurele kosten voor alle betrokken partijen uiteindelijk lager worden dan nu.

De overgang naar het nieuwe stelsel is niet zo hard als het lijkt. De Omgevingswet voorziet in een ruime overgangstermijn tot 2030. In die periode gaan we geleidelijk over naar de nieuwe manier van werken. Maar het zal toch even wennen worden. Wilt u zekerheid? Begin dan tijdig met het voorbereiden van de vergunningsaanvraag of het locatie-bestemmingsplan dat u nodig heeft. Dan kan de procedure ook na de nieuwe datum van inwerkingtreding nog onder het huidige en bekende recht worden afgerond.

Wilt u meer informatie over de Omgevingswet en wat het betekent voor uw bedrijf? Neem dan gerust contact op met uw contactpersoon bij LBP|SIGHT.