Carbon accounting for building materials

08-06-2022

Onderzoek naar de milieu-impact van biobased bouwmaterialen

Over de klimaatimpact van biobased bouwmaterialen – zoals hout – lopen de meningen sterk uiteen. Sommige partijen vinden dat biobased materialen en hun CO2-footprint in een gunstiger daglicht staan dan terecht is. Andere partijen zijn van mening dat deze materialen te weinig waardering krijgen, omdat de bestaande levenscyclusanalyses (LCA’s) voor het berekenen van de milieu-impact mogelijk niet goed aansluiten bij deze materialen.

Lees verder

Carbon accounting for building materials

Doel van het onderzoek

De minerale bouwsector wil meer duidelijkheid krijgen over het Global Warming Potential (GWP) van hout als bouwmateriaal en de klimaatimpact van houtbouw in het algemeen. Een consortium bestaande uit Europese en wereldwijde spelers op het gebied van bouwproducten heeft daarom advies- en ingenieursbureau LBP|SIGHT ingeschakeld voor wetenschappelijk onderzoek. 

Het consortium bestaat uit de volgende partijen: het European Concrete Platform (ECP) – bestaande uit de Federation of the European Precast Concrete Industry (BIBM), de European Cement Association (CEMBUREAU), de European Federation of Concrete Admixtures Associations (EFCA) en de European Ready Mixed Concrete Organization (ERMCO) – de European Ceramic Industry Association (Cerame-Unie), de European Autoclaved Aerated Concrete Association (EAACA), de European Calcium Silicate Unit Producers Association (ECSPA), de European Mortar Industry Organisation (EMO), en de Global Cement and Concrete Association (GCCA). 

Het onderzoek van het consortium moet helpen om de GWP-vergelijking tussen verschillende bouwmaterialen op Europees niveau te verduidelijken. Ook wil het consortium meer inzicht krijgen in hoe men met tijdelijke opslag van CO2 in bouwmaterialen moet omgaan.

Inhoud van het onderzoek

Het onderzoek – genaamd ‘Carbon Accounting for Building Materials: An assessment of Global Warming Potential of biobased construction products’ – bestaat uit een aantal onderdelen die samen een onafhankelijke studie en beoordeling vormen van het GWP van hout als biobased materiaal. 

Het onderzoek biedt een overzicht van:

  • de wetenschappelijke basis van de principes van koolstofopslag in houten (bouw)producten;
  • de impact van grootschalig gebruik van hout op de Europese bosbouwproductieketen;
  • de manier waarop de uitstoot van broeikasgassen en GWP worden beoordeeld in milieueffectbeoordelingen (met name LCA’s en de onderliggende databases);
  • de potentie van tijdelijke koolstofopslag voor het verminderen van klimaatverandering. 

Binnen de context van dit onderzoek is gekeken naar zowel beleid en regelgeving op Europees niveau als op het niveau van geselecteerde EU-lidstaten. Dit om inzicht te geven in de status, bijzonderheden (in termen van wat en wanneer), duidelijkheid en toepasbaarheid van beleid, roadmaps en standaarden. 

De uitkomsten

Het onderzoek belicht veel facetten, maar een aantal belangrijke uitkomsten zijn:

  • Om het CO2-neutraliteitsprincipe voor houtbouw toepasbaar te laten zijn, is duurzaam beheerde bosbouw nodig waarbij extra vastlegging van koolstof in nieuwe biomassa in balans is met de emissies die optreden op de kortere termijn, voordat de bomen zijn terug gegroeid tot de omvang die ze hadden kunnen hebben als ze niet gekapt waren geweest. Er is echter nog weinig zekerheid dat dit momenteel op grote schaal gebeurt. 
  • De huidige productiecapaciteit van de Europese bossen lijkt toereikend te zijn voor de huidige vraag, en afhankelijk van het soort gebruik (wel of niet inzetten voor bio-energie) bestaat er nog enige marge voor uitbreiding. Inzicht in import van illegale kap is echter niet kwantitatief inzichtelijk te maken.
  • Binnen het construct van rekenregels en het belangrijke gebruik van databases in levenscyclusanalyses (LCA’s), geldt als uitgangspunt dat duurzame bosbouw voor de herkomst van hout wordt toegepast. Echter, er geldt geen definitie van wat daaronder wordt verstaan, en dus of van een CO2-neutraliteitsprincipe kan worden uitgegaan. Tevens leiden verschillende rekenregels tot moeilijk(er) vergelijkbare resultaten. Meer uniformiteit en transparantie is daarvoor nodig.
  • Er bestaat nog geen consensus over hoe op een praktische en robuuste wijze de credits voor tijdelijke opslag van CO2 berekend en beoordeeld moeten worden, zodat het nog geen uniforme toepassing kan hebben in LCA. 
  • De potentie van tijdelijke opslag van CO2 in houten (bouw)materialen binnen Europa voor bijdrage aan het voorkomen van verdere klimaatverandering (‘mitigatie’) is nog beperkt, en onderschrijft de noodzaak dat alle sectoren snel hun eigen de-carbonisatie-strategieën moeten opstellen en uitvoeren. Het verder in stand houden van primaire bossen en verdere uitbreiding zijn daarbij belangrijke mitigatiestrategieën, zo blijkt uit het meest recente IPCC-onderzoek.

Onafhankelijkheid van het onderzoek

Aangezien het consortium als opdrachtgever van het onderzoek ook een belanghebber is in dit vraagstuk, is er in de onderzoeksopzet extra aandacht besteed aan de borging van de onafhankelijkheid in aanpak en uitvoering. Dit gebeurt door alleen gebruik te maken van openbare, verifieerbare bronnen. Ook maken we gebruik van het wetenschappelijke principe van peerreview. Het conceptrapport wordt daarbij ook gedeeld met partijen buiten de bouwmaterialensector. Daarnaast baseren we het onderzoek op literatuurstudies, analyse van LCA-databases en voorbeeldberekeningen van LCA’s. We hopen dat de inzichten uit dit onderzoek bijdragen aan een open en transparant debat rond materiaalgebruik en hun bijbehorende GWP. 

Bekijk het hele onderzoek en de non-technical summary, of bezoek www.ca4bm.org voor meer informatie.