‘Ambachtsman’ Jan Keijzer gaat met pensioen, maar blijft actief voor LBP|SIGHT

11-12-2018

Afscheid nemen en toch niet echt weggaan. Dat is wat onze collega Jan Keijzer deze maand doet. Na 38 jaar in het vak vindt Jan het welletjes. Althans, om elke dag intensief met het werk bezig te zijn.

Lees verder

‘Ambachtsman’ Jan Keijzer gaat met pensioen, maar blijft actief voor LBP|SIGHT
‘Ambachtsman’ Jan Keijzer gaat met pensioen, maar blijft actief voor LBP|SIGHT
‘Ambachtsman’ Jan Keijzer gaat met pensioen, maar blijft actief voor LBP|SIGHT
‘Ambachtsman’ Jan Keijzer gaat met pensioen, maar blijft actief voor LBP|SIGHT

Jan Keijzer, die op 22 december 65 jaar wordt, wil meer tijd en energie besteden aan zijn privéleven. En met name aan de maatschappelijke activiteiten die hij onderneemt. Maar voorlopig blijft hij zich bij LBP|SIGHT bemoeien met geluid en trillingen. Dat is het vakgebied waarin hij zich de afgelopen decennia heeft ontwikkeld als dé specialist.

De jonge Jan Keijzer begon bij Unilever als elektrotechnicus en werkte vervolgens bij ingenieursbureau Van Dorsser. Hij kwam in 2001 bij SIGHT terecht, dat in 2011 fuseerde met LBP. “Een zeer geslaagde fusie”, vindt Jan. Inmiddels was zijn reputatie als autoriteit in geluid en trillingen al gevestigd.

Pionier geluid en trillingen in musea

Hij ontpopte zich als pionier op het gebied van geluid en trillingen in musea. “Dat zijn natuurlijk gebouwen waarin extreem hoge eisen worden gesteld aan de invloeden van buiten.” En er lag destijds erg weinig vast. “Er was eigenlijk niets”, herinnert Jan zich. “Wij moesten de normeringen voor trillingen zelf ontwikkelen, mede door proeven te nemen. Dat deden we door verschillende objecten op een exitator, een kunstmatige trillingsbron, te testen.”

De eerste ervaringen startten in het Van Gogh Museum in Amsterdam bij de bouw van de museumparkeergarage. Later volgden veel musea en prominente gebouwen als Het Concertgebouw en de rechtbank in Haarlem. Een van zijn laatste klussen was bij Panorama Mesdag in Den Haag.

Op bijzondere tijdstippen in bijzondere gebouwen

“Ik kwam natuurlijk vaak in die musea, ook bij nacht en ontij”, vertelt Jan. “Dan liep ik in mijn eentje door zo’n gebouw en was het helemaal voor mij alleen.” Hij ervoer die magische momenten als een enorme rijkdom, benadrukt Jan.

Dat hij als ‘ambachtsman’ het geluid- en trillingenvak danig heeft geprofessionaliseerd, spreekt Jan Keijzer niet tegen. 

“Maar je moet dat ook af en toe relativeren”, zegt hij. “We waren een keer bezig in het historische Hofje van Bakenes in Haarlem”, herinnert Jan zich. “We hadden uitvoerige meetapparatuur, computers en internet tot onze beschikking om op trillingen te bewaken. Maar één van de bewoonsters wist altijd eerder van hoge trillingen dan wij. Al bij een geringe trilling zag zij dat namelijk aan haar huisbel!”

Mooie herinneringen aan het buitenland

Bijzondere herinneringen heeft Jan overgehouden aan zijn werkzaamheden in het buitenland. “Het werken daar is op zich niet gemakkelijker of moeilijker dan hier”, zegt hij. “Maar het is wel mooi om door je werk andere landen te kunnen bezoeken.” Het bracht hem naar onder meer Colombia, Engeland, Duitsland, België, Noorwegen en Egypte.

De klus in Egypte was wel heel spannend en bijzonder. “Daar dreigde de toren van een graanfabriek door trillingen in te storten”, vertelt Jan. “Wij moesten die redden en dat is ons gelukt.”

In het Zuid-Amerikaanse Colombia speelde weer een heel ander probleem waarop Jan werd afgestuurd. “Daar stonden in de haven van Cartagena kranen om schepen te laden en te lossen”, vertelt hij. “Maar bij het aansturen maakten de tractiemotoren te veel geluid.” Ook dat vraagstuk wisten Jan en zijn mensen op te lossen. 

Net zoals het probleem van bewoners van een havengebied in Oslo. “Mensen wilden daar wel wonen en de activiteiten zien en beleven. Maar ze wilden het daar nu eenmaal bijbehorende lawaai niet horen.”

Aardige en nieuwsgierige kerel

Jan Keijzer staat bij zijn collega’s bekend als een vriendelijke man, een aardige kerel. “Ik ben oprecht geïnteresseerd in mensen”, zegt Jan. “Ben ook altijd benieuwd naar hun achtergronden en beweegredenen.” Die eigenschap komt goed van pas in zijn contacten met opdrachtgevers. “Ik weet wie je moet benaderen en ook hoe je dat het beste kan doen. En heel belangrijk: wie je in een organisatie vooral niet moet passeren.” 

Voorlopig blijven onze klanten met Jan Keijzer te maken hebben. “Ik kom vanaf januari echter niet meer elke dag op kantoor en neem meer tijd voor mezelf.”

Grijze haren blijven benut

Maar echt stoppen, dat is niets voor Jan Keijzer. “Ik houd de contacten, maar ga niet meer alles zelf doen.” Hij ziet voor zichzelf een rol om te blijven adviseren en projecten aan collega’s te koppelen. “En ik denk dat mijn senioriteit nog weleens van pas kan komen. Je hebt in dit vak namelijk grijze haren nodig om de goede dingen voor elkaar te krijgen.”